Blog

Blog

Zorgboerderij en Atelier Inner-Art

Gera Hoogendoorn

Geestelijke veranderingen liggen aan de basis van veranderingen in DNA

Blog Inner-ArtPosted by Gera Hoogendoorn Tue, June 26, 2018 20:23:50

Optimist Daily: Opvoedingsinterventies laten sporen na in DNA

Binnen de hedendaagse ontwikkelingspsychologie wordt aangenomen dat ontwikkeling een interactief proces is tussen kind en omgeving. Fascinerend is dat ervaringen en omstandigheden ook genetische gevolgen kunnen hebben voor kinderen en kleinkinderen.

Uit steeds meer onderzoek blijkt dat verwaarlozing, mishandeling of misbruik in de jeugd op DNA-niveau zijn sporen nalaat.

Opvoeding en DNA

Uit recent Canadees onderzoek, gericht op epigenetische processen, blijkt nu dat een psychosociaal interventieprogramma gericht op moeders die neigen naar het verwaarlozen of mishandelen van hun kinderen geholpen zijn met opvoedingsondersteuning. Bovendien zien de onderzoekers de effecten van opvoedinsginterventies terug in het DNA-methyleringspatroon binnen het genoom.

Aan het langlopende (bijna 30 jaar) onderzoek namen 400 moeders en 190 kinderen deel. Deze mensen waren afkomstig uit de lagere sociaal-economische klassen. In 1977 werden de moeders van deze kinderen, die toen voor de eerste keer zwanger waren, onderverdeeld in twee groepen. Ongeveer de ene helft van de groep zwangere vrouwen ontving kosteloze gezondheidsevaluaties betreffende de ontwikkeling van het op dat moment nog ongeboren kind. Ook werd het transport van en naar de kliniek voor deze vrouwen vergoed.

De andere helft ontving gedurende twee jaar regelmatig huisbezoek en begeleiding van verpleegkundigen gespecialiseerd in vraagstukken rondom opvoeding en gezinsplanning. Het aantal huisbezoeken varieerde per gezin en liep uiteen van 6 tot 30. Dertig jaar later werden de effecten van de destijds toegepaste interventies onderzocht bij de nakomelingen.

Onderzoeksmetingen

Een deel van de onderzoeksmetingen betrof het beantwoorden van een online vragenlijst over de geestelijke gezondheid variërend van het optreden van depressies tot en met verslavingsproblematiek zoals drugsgebruik. Hierbij traden weinig verschillen op tussen de nakomelingen van beide groepen. In andere woorden: op het gebied van mentale gezondheid leek er nauwelijks verschil of hun moeders indertijd naar een consultatiebureau gingen voor een tussentijdse evaluatie of begeleid werden door een verpleegkundige.

Maar iets interessants deed zich voor toen de onderzoekers bloedmonsters namen. Er traden subtiele epigenetische verschillen op tussen beide groepen. Opmerkelijk was het verband tussen de twee jaar durende psychosociale interventie en de wijze waarop bepaalde genen hun expressie en daarmee hun functie veranderden. De DNA-veranderingen kwamen tot stand door DNA-methylatie, een proces waarbij groepen atomen (methylgroepen) worden toegevoegd aan DNA-moleculen om de activiteit van een DNA-segment te wijzigen zonder de volgorde zelf te veranderen.

De onderzoekers benadrukken dat (positieve) interventies bij zwangere vrouwen tot en met twee jaar na de geboorte sporen op genetisch niveau achterlaat bij de nakomelingen. Vroege interventies hebben dus een epigenetisch effect. Langdurige vervolgstudies zijn noodzakelijk en moeten uitwijzen hoe en of bepaalde (gezins)interventies klinisch nuttig zijn ten behoeve van de geestelijke gezondheid van kinderen en adolescenten.

Bronnen Kieran J. O'Donnell et al. DNA methylome variation in a perinatal nurse-visitation program that reduces child maltreatment: a 27-year follow-up, Translational Psychiatry (2018). DOI: 10.1038/s41398-017-0063-9

Geestelijke reden van het feit dat b.v. opvoedingsinterventies sporen nalaten in DNA -- Gera Hoogendoorn-Verhoef

Dat het effect zo is, dat verandering van bewustzijn en dit toepassen verandering in DNA tot gevolg heeft, is nu wetenschappelijk bewezen. Op zich is de verandering in het erfelijk materieaal niet zo vreemd. Immers, wat de wetenschap nog steeds niet als bewezen ziet en dus niet meeneemt als feit bij beleid, behandelingen, enz., is dat het geestelijke altijd vooraf gaat aan een materiële verandering.

Dat betekent dus dat als er een andere geestelijke houding ( bewustwording, anders denken, toevoegen van kennis, andere leefstijl, zich meer geholpen voelen, meer hoop hebben, meer steun ervaren, sterker worden, beperkingen meer kunnen loslaten of omvormen, omstandigheden beter kunnen aanvaarden of benutten, enz. ) wordt verworven, dit ergens in de materie een gevolg moet hebben.

Een cel, maar ook dus een klein onderdeel daarvan moet dus mee veranderen met een andere verworven idee rond iets.

Dat is in het groot makkelijker aan te tonen. Waar het echter in het groot zo is, is dat ook zo in het klein, alleen wordt dat niet altijd opgemerkt, omdat je heel veel (duur en specialistisch en ingewikkeld) onderzoek moet doen in dat 'kleine gebied', het de interesse moet hebben, iemand al het vermoeden moet hebben (waarom zou je anders onderzoek in die richting doen ), enz.

Iets dat materieel is, is aan te tonen, te onderzoeken, te benoemen. Kortom, je kunt e.e.a. bewijzen rond dat materiële wat je onderzoekt.

Iets inhoudelijks geestelijks - dus iets dat niet materieel is - kun je niet onderzoeken, aantonen, dus ook niet bewijzen.

Dat houdt echter niet in dat het niet bestaat. Alles heeft een tegenpool. Materie dus ook.

Omdat materie hoe klein of groot ook kan worden onderzocht en gemeten, is de tegenpool van materie, dat niet! Dat houdt dus in dat de tegenpool van materie onstoffelijk is, niet te meten en niet te onderzoeken valt.

Omdat echter alles een tegenpool heeft, kan het niet anders zijn, dan dat waar materie 'ophoudt', iets anders is. Dat 'iets' is de onstoffelijke wereld, de wereld van het geestelijke.

Omdat materie nooit uit zichzelf kan bestaan, moet er iets anders zijn dat alles in zich heeft om iets te laten ontstaan. Dat iets moet dan levenbrengend zijn en eindeloos divers. Als we nog verder gaan kijken, kom je erop uit dat die geestelijke basis een oneindige bron moet zijn die een eindeloze intelligentie is, wel zo zuiver en compleet, dat het alles in zich heeft, omdat waar er maar enige beperking zou zijn, er ook beperking van ruimte, maat, soort, hoedanigheid, enz. zou moeten zijn. Hierdoor zou niets kunnen blijven bestaan, omdat er geen enkele verbindende kracht of factor zou zijn die beweging brengt, samenhoudt of samentrekt. Aantrekking is in principe een geestelijk gebeuren, wat hier en daar wel of niet gemeten kan worden. Aantrekking is dus in principe onstoffelijk, maar valt in de stof wel te meten. Zo is er van al wat is een uiterste die te meten is, maar ook niet! Iets is een keer zichtbaar, maar ook een keer niet. Voor de een is iets merkbaar of zichtbaar, maar voor de ander is dat niet zo.. De wereld gezien en ongezien, meetbaar en niet te meten, is opgebouwd uit talloze veranderlijke hoedanigheden die meer of minder geestelijk zijn, maar zich in een meer of minder of niet materieel lichaam (stoffelijke vorm) kunnen vertonen of dus niet te zien, aan te tonen zijn.

Die intelligente bron is dus de basis van alles. Als we verder kunnen kijken, dan moeten we aanvaarden dat die bron die alles in zich heeft, ook de énige bron moet zijn. Die ene bron moet dan dus óveral zijn en álles in zich hebben en alles binnen haar mogelijkheden hebben.

Die bron moet dan het léven zijn, want we zien in de materie in en om ons heen en waar dan ook in de hele schepping, dat die bron liéfde moet zijn, want dood doet alles uit elkaar vallen. Liefde doet juist samenvoegen, samenhouden. Liefde doet leven. Dood niet. Daarom moet die bron dan dus een en al leven zijn, liefde zijn, overal zijn, alles zijn en de enige zijn, alles in zich hebben en dus volmaakt zijn.

Daarom kan het niet anders, dat alles in een cel een geestelijke blauwdruk heeft, die die materie om de blauwdruk heeft 'aangetrokken', waardoor er een zichtbaar stukje - wat we materie noemen - is ontstaan.

Als je de intentie, de blauwdruk, de geestelijke soort hoedanigheid verandert, moet dus de materie mee veranderen. Daarom is het zo, dat b.v. optimisme iets makkelijker doet aankunnen, maar ook beter kan helpen genezen.

Door liefde wordt veel tot ontwikkeling gebracht en zijn er eindeloze mogelijkheden. Waar gebrek aan liefde is, wordt samenhang en samenwerking verloren en lost materie op. Dood is dus een afwezigheid van samengaan, verbinden, leven, ontwikkeling.

Een mens is niet perfect, dus kan hij lichamelijk nooit eeuwig leven. Daarom is er leven en dood, zolang we hebben te maken met iets dat niet perfect is. Alle levensvormen zijn perfect samengesteld, maar zijn niet in die zin perfect en volmaakt dat ze volmaakt zijn als de liefde die in hen is ( weet je wel, de geestelijk volmaakte bron is onbeperkt dus ook oneindig, dus overal...) Daarom leven ze dus niet eeuwig in een materiële vorm! Waar materie is, is beperking en valt die materie eens - al is het over miljoenen jaren - uit elkaar. Het bewustzijn komt er dan uit vrij en leeft in een andere vorm verder en gaat een andere weg van ontwikkeling ( hierover niet verder).

Zolang er dus een cel ergens iets 'doet', is er dus leven. Als een cel niet iets 'doet', is er geen beweging, geen leven, geen groei of ontwikkeling, stagneert iets of verandert iets positief. Waar leven wordt toegevoegd, zal de ontwikkeling positief zijn. Waar leven niet wordt toegevoegd of wordt onttrokken, is er verval.

Omdat liefde positieve ontwikkeling en samenhang en harmonie bewerkstelligt, zal het dus zoveel mogelijk liefde moeten zijn dat moet worden toegevoegd.

De werking van die cel is te bepalen door de aard van de intentie, het bewustzijn, de motivatie, denkwijze, leefstijl, geloof, enz., te veranderen!

Daarom is het 'logisch' dat zeker in jonge jaren 'snel' aanpassing van cellen en dus ook van het erfelijk materiaal mogelijk is.

Dat het nu bewezen is, is een stap in de goede richting er niet meer omheen te kunnen dat iets dat volmaakt Geestelijks, alle materie maakt (schept) in stand houdt.

Dat houdt in dat je hulp niet alleen moet zoeken in aanvullen, veranderen, opereren, enz. van de materie, maar dat je zeker geestelijke aspecten moet meenemen in behandeling en leefstijl.

De intentie ( motivatie, gedachte, bedoeling, mate van levendigheid = mate van zuiver willen liefhebben en dat ook doen ) bepaalt uiteindelijk gezondheid of ziekte.

Waarom ziekte, gezondheid bestaan is een ander - even logisch verhaal - maar past niet bij de context van deze uitleg.

  • Comments(0)//blog.inner-art.info/#post12